De zesde engel blaast op de bazuin. Naast de engel zit God de Vader op zijn troon en staat het gouden altaar met de vier horens waar een stem uitkomt die opdraagt dat de vier engelen die gevangen zitten moeten worden bevrijd. De engelen en de ruiters op paarden met leeuwenkoppen roeien een derde van de mensheid uit. Onder de voorstelling een verwijzing in het Latijn naar de Bijbeltekst in Op. 9.