Koning Asa en het volk van Israël offeren in Jeruzalem zevenhonderd runderen en zevenduizend schapen en geiten aan de Heer. Met luide stem zwoeren ze trouw aan de Heer. Daarbij juichten ze en maakten muziek (hoorns, panfluit, tamboerijnen). Op de voorgrond links een jongen met panfluit. De prent heeft een Latijns onderschrift met verzen. Rechtsonder een verwijzing naar 2 Kronieken 15.