God de Vader, zittend op zijn troon met het boek met de zeven zegels op zijn schoot en het Lam. De troon is omgeven door de zeven fakkels, de vier Apocalyptische dieren en de 24 oudsten, de harp bespelend. Onder de voorstelling een verwijzing in het Latijn naar de Bijbeltekst in Op. 4-5.