
Rogier van der WeydenVlaanderen, 1399–1464The Magdalen Reading
Mag men het zien?
Londen, Verenigd Koninkrijk
De eigenaar is bekend; of het werk nu te zien is, is onbekend.
Maria Magdalena leest is de naam van een fragment van werk van Rogier van der Weyden dat sedert 1860 in de National Gallery te Londen wordt bewaard als inv. NG654. Het is een van de drie resterende fragmenten van 62,2 cm bij 54,4 cm, van een groot altaarstuk, dat in de literatuur gekend is als ‘Maria met Kind en zes heiligen’, geschilderd met olieverf op paneel. Op basis van de afmetingen van de bewaarde fragmenten kan men besluiten dat het originele altaarstuk ongeveer 1 m hoog en ca. 1,5 m breed moet geweest zijn. De andere fragmenten bevinden zich in het Museu Calouste Gulbenkian in Lissabon. Het originele paneel toonde een gezelschap van heilige mannen en vrouwen in een ruime kamer rond een getroonde madonna met Kind.
Het thema van het oorspronkelijke schilderij, een sacra conversazione, is gereconstrueerd aan de hand van een laat-vijftiende-eeuwse tekening van een deel ervan: Maagd en Kind met een heilige bisschop, Johannes de Doper en Johannes de Evangelist die bewaard wordt in het Nationalmuseum in Stockholm. Men denkt dat deze tekening een studie is naar het originele werk, gemaakt door een van de navolgers van Rogier van der Weyden.
1427–1438
Four children: Cornelius, Margaretha, Pieter and Jan
Cornelius was born in 1427 (he later became a Carthusian monk), Margaretha in 1432, and Pieter and Jan in 1437 and 1438 in Brussels; Pieter became a painter and inherited his father’s workshop, Jan a goldsmith.
1432–1435 · Werkzaam in
Tournai
by 21 October 1435
He moves to Brussels and takes a new name
By 21 October 1435 he and his family were living in Brussels — one of Europe’s largest cities and the chief residence of the Dukes of Burgundy; Dutch was spoken there, and Roger de la Pasture became Rogier van der Weyden.
1435–1464 · Werkzaam in
Brussels
1435–1464
Portraitist of the Burgundian court
In Brussels he painted portraits of Duke Philip the Good, his son Charles the Bold and his illegitimate son Anthony of Burgundy, Philip I de Croÿ (1460) and Laurent Froimont; there is ample evidence of his prosperity and of the special patronage of the Burgundian court at the height of its power.
2 March 1436
Painter to the town of Brussels
From 2 March 1436 he held the prestigious title of “painter to the town of Brussels” (stadsschilder): the post was created especially for him, was meant to lapse on his death and was tied to a huge commission — four justice scenes for the “Golden Chamber” of the town hall.