In een heuvellandschap bij de ruïne van een huis zit een elegant paar met verrekijker, gekleed volgens de mode van ca. 1620. De man kijkt door de verrekijker naar de vrouw die een japon en een brede plooikraag draagt en naar de lucht kijkt. Achter het elegante paar staat een narachtig figuur met een knijpbril op zijn neus. Onder de afbeelding een vierregelig vers in twee kolommen met Latijnse tekst.