In een interieur van een keuken bevindt zich een vrolijk gezelschap met een oude vrouw die bij de haard wafels bakt (vastenavond). Links een man met een luit, rechts een drinkende monnik met een non. Rechtsvoor wordt een nar geschoren, op de voorgrond een dansend hondje in een narrenkaproen. Boven de haard een prent met een uil als bedevaartganger.